Ze likte haar vrijer
als een leeuwin haar jongen
zee met woeste golven
terug halen willend
wat haar ontsnapte
Polen hadden we kunnen zijn
Er zijn honderd wegen om de grond te vergeten
springen, vliegen, vallen, branden.
Bij geluk als de wind helpen wil,
met wroetende moeite, motors en teleurstellend lawaai.
Echt vliegen alleen meedenkend
met gelukkiger, lichter dieren.
Vallen als alles afgeteld is, een laatste kans.
Wil is een verloren instrument,
zoals paarden hun tenen verloren.
Stupide voorouders tevreden
met handen van de grond krom overeind lopen,
hun wil als wisselgeld verspild
aan spiegeltjes, kralen, warm water voor het scheren
veel knopjes om bijna alles uit te drukken
en overal vliezen, tapijten, muren, zolen,
tussen hun zintuigloze slappe vellen
en de wereld van schokken, spelen, verleiden.
Polen hadden we kunnen zijn,
vuurtorens van lijnen,
krachten springend van peiler tot peiler,
daken spannend tot een hoge dansvloer
dichter bij muziek.
Maar daarvoor is adem nodig
adem van geweld,
van samenhang als steen,
sprongkracht als dier.
| |
Wij zijn te vroeg tevreden geworden,
koesterend wat we vergeten moesten.
Bomen, als tekens van telkens beginnen,
te langzaam, voorzichtig, gestolde sprong.
Torren en wormen en larven van erger gedierte
doorvreten hun schors en vermolmde kern
alleen hun kinderen vogels geven verwachting
|
Geen opmerkingen:
Een reactie posten