Aanpak verwarden te versnipperd
Dat godinnaternetta en goddessinternetss in samenwerking met xxx ons verlost van dat vette voze
vadsige animal farm varken, zo corrupt en lelijk van binnen als van buiten: grapperhaus en het net zo corrupte collaborerende chained cheating mammonkanker conforme joseph luns wa nsb cda
Goor smerig patserig anachronisme, die ferdinand grapperhaus.
Nog zo iemand die (een studie) rechten ziet als grapperhaus rechten (god~ge~lijke), sander lijkendekker.
@
@
S
S
❤️~~@@~~❤️
@
@
S
S
@
@
At least i try
The first trillion $$ is always the hardest
Omdat ik alleen nog maar air fryer patat eet, vergeet ik bij de bergense patatzaak weinig zout
te vragen, nou ja, smaakt heerlijk voor 1 keer.
Wiet werkt bij mij heel sterk als love drug, in de zin van sneller en meer liefde, "echte" liefde te voelen (bij yoga bijvoorbeeld) en ook in sexueel opzicht; dat is soms heeeel ernstig, zo was ik zelfs niet tussen 15 en 22 jaar, zo bespottelijk potent. Musti yin yang laat geen stink winden meer ! Ze stinken nauwelijks meer, de poezen, opvallend is dat.
oei, sjaak swart blogspot herlezen, het is slecht, 3/10, schaam me ervoor. Als optimist zeg ik dan maar dat er daarna blogs waren met 7/10. Vind sjaak swart blogspot werkelijk bedroevend slecht,
verwijderen of proberen te verbeteren ? Het is zo slecht, niet eens een glimlach bij me, dat ik dat zonde van de tijd vind, verbeteren. Dan liever een nieuw blog.
En dan gebeurt er dit !
Dat kan ik mij nog herinneren van de ivo niehe show. Was hij in het huis aan het filmen van een (ex) "ster" en dan werd er in het commentaar opeens gezegd "en dan gebeurt er dit !".
Daar zat ik paf in mijn stoel en dan vroeg ik mij altijd af wat er gebeurde ? Er gebeurde helemaal niets.
In het volkskrant magazine stond een interview met Ivo Niehe : "Montage vind ik heerlijk, vond ik een gedeelte wat saai worden en dan zei ik zoiets als "en dan gebeurt er dit!", terwijl er niets gebeurde."
Zit die linkmiegel van een Ivo mij een beetje te besodemieteren !
Potverdorie, bedonder je grootje, maar niet mij.
Ivo Nie Hé.
by Rosan Hollak
Mijn favoriete muziek nu, the space in between van Jan Blomquist :
https://www.youtube.com/watch?v=TwZcM9zkRJw
Goh, zonet, van 18-19.20 uur met een schitterend indonesisch meisje
yoga gedaan, vorige vrijdag ook al mooiste yoga sessie ooit
en morgenochtend barbra simons, als ik het haal, om 8.30 uur, verheug me erop.
simple comme
bonjour
Mijn moeder had van huis uit meegekregen dat je niet over gevoelens praat en de vuile
was niet buiten hangt. Gevoelens bestonden niet, verdriet, woede of somberheid liet
je in ieder geval nooit zien. Ze praatte nooit over zichzelf, laat staan over haar ziele-
roerselen. Daarnaast deden joden na de oorlog alles om onder de radar te blijven, alsof
ze nog steeds ondergedoken waren.
Dat alle familie, vrienden en kennissen werden afgevoerd naar kampen en niet terug
keerden, daar hadden we het niet over. Ook over zelfmoordpogingen, de holocaust, dood
en ziekte werd eigenlijk niet gepraat.
Toch was het door mijn vader, een vrolijke, gevoelige, positieve, sterke man, ondanks de verschrikkingen van de holocaust, een open, liberale, vriendelijke en kunstzinnige sfeer
bij ons thuis. Mijn vader was huisarts met een grote Joodse praktijk. Wij verbeeldden het
volmaakte gezin. Mijn vader was ogenschijnlijk een uitbundig en onderhoudend man. Hij was
muzikaal en zeer belezen, hij hield veel van poëzie. Er kwamen vaak mensen bij ons over de
vloer, ook patiënten van mijn vader met wie hij bevriend was. Mijn moeder had een goed gevoel
voor humor. Mijn vaders grappen vonden gehoor bij haar en andersom. Zij waren een goed
koppel. Over gevoelens of emoties werd niet gesproken. Nooit. Alsof ze niet bestonden, er geen
verdriet was, we nooit met iets zaten waarvoor we bij de ander te rade konden gaan. Wat je niet
kent, mis je ook niet. Mijn vader was wel heel alleen met zijn verdriet, las ik tussen de regels
door.
Mijn vader was een geluksmaker, hij schreef uit naam van zijn broer, die afgevoerd was naar een
concentratiekamp, briefkaarten die hij bij zijn ouders via via liet bezorgen. "Het gaat goed met
ons" en "Maak je geen zorgen" schreef mijn vader in het handschrift van zijn broer. Omdat het
zijn ouders zo blij maakte, voelde hij zich er goed door. Hij leek bijna zelf te geloven in de
boodschappen die hij bedacht.
In 2014 overleed mijn vader, mijn moeder volgde anderhalf jaar later. Op de werkkamer van mijn
vader stonden de boeken twee rijen dik in de kast. Op de achterste rij vonden we een aantal
ordners, waarin zijn dagboeken uit de tweede wereldoorlog bleken te zitten. Mijn vaders familie
zat toen ondergedoken bij de buren in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Niemand wist van het
bestaan van deze dagboeken, het waren 1200 getypte pagina's. Op de eerste pagina zat de
jodenster van mijn vader vastgeniet met de rafels rijgdraad waarmee hij had vast gezeten aan
zijn jasje er nog aan. De aanblik maakte me misselijk. Ik ben een jaar later gaan lezen.
Mijn vader bleek prachtig te kunnen schrijven. Zoals over de schrijvers die hij bewonderde,
de filosofen die hem fascineerden en de muziek waarvan hij hield. Hij begon zijn dagboek
op de eerste dag van de onderduik. Gedetailleerd en met veel gevoel beschrijft hij hoe hij
vanuit het kleine kamertje bij de buren op straat kon kijken.
Daar zag hij hoe de Duitsers zijn spullen wegdroegen. En hoorde hij een vrouw vragen of
iemand nog iets had gehoord van de familie op 30, dat was mijn vaders familie. "Weggevoerd,"
zei een mannenstem. "Mooi zo," was het antwoord. En ook: "Opgeruimd staat netjes."
Marten Toonder:
Blz 547 “Er gebeurt veel meer dan de mensen weten en weet u wat zo moeilijk voor de bezetter is ? Ze kunnen het zich niet voorstellen, dat het allemaal kleine groepjes zijn die zo opereren. Ze zijn ervan overtuigd dat er 1 organisatie achter zit, want dat is het enige wat ze kennen: organisaties met een strak beleid. Ein fuhrer. Individueel storten ze in. En bij Nederlanders is het net andersom: die werken graag in kleine groepjes. Mensen die de baas spelen, moeten ze niet. “
Blz 785 Een bestuur van soldaten is natuurlijk al erg genoeg, maar een overheid van ambtenaren is nog weer heel wat anders. Die zorgen op keurige wijze voor het hele papierwezen, ze beheren heel ordelijk de archieven en er is maar weinig dat hun ontgaat. Omdat we het voorrecht hadden om na de oorlog een provincie van Duitsland te worden, hadden we dat burgerlijk bestuur gekregen. Daar plukken we nu nog de vruchten van, want volgens de statistieken zijn er verhoudingsgewijs de meeste Joden door Nederland geleverd. Dat hebben we aan de geschoolde administratie van de ambtenaren te danken. Toen kwam Cronkite met de foto’s in juni 45. Het was een bominslag. Phiny wendde haar gezicht af met en vertrokken gezicht, Jan schoof zijn stoel achterover en stak een sigaret op, Dick stond binnesmonds te vloeken met een foto in zijn handen. Maar Cronkite had gelijk gehad: dit was het einde van een gezellige avond. Het was meer. Dick van Veen raakte toen het laatste restje van zijn geloof kwijt, en hij was niet de enige. Het was niet alleen het geloof in een God, maar ook het geloof in de mens. Wanneer het mogelijk is dat een volk zoiets laat gebeuren zonder dat er een opstand uitbreekt, dan deugt niet alleen dat volk niet, maar dan is ieder volk tot dergelijke gruwels in staat.
Een tijdlang heb ik Duitsland gehaat, met dezelfde haat als de anderen. Maar de herinnering aan de goede Duitsers die ik ontmoet heb ontzenuwde die domme emotie. Dom ja. Dom is het om over “wij Nederlanders” te
praten, of over Turken, of over nsb-ers of joden of negers. Het is kopkleppraat die men in kroegen en vakantiekolonies aantreft. Ontwikkeling heeft er niets mee te maken. Het was de keurigheid van onze ambtelijke figuren die de grootste vijand was en nog steeds is. Maar ik haast mij daaraan toe te voegen dat er onder die standen ook sterke illegalen waren. Er is niets zo dom als generaliseren.
Ierland was hét punt. Altijd Ierland. Zo’n typisch land. Ik heb daar zevenenendertigeneenhalf jaar gewoond, en ik was eigenlijk een Ier. In Nederland kwam ik terecht in een land dat ik helemaal niet kende. Dit land is veranderd, als ik het zeggen mag. Het meest in de organisatie, in de ambtenarij, in de voorschriften. Al die dingen waren nieuw voor mij en
daaraan gewend raken duurt lang.
Voor ik wegging, was Nederland een leuker land, ja, beslist. Dat ligt niet alleen aan de bureaucratie die is toegenomen, maar ook aan de instelling van de mensen. De mensen waren anders, losser, vriendelijker, aardiger. Het is allemaal strák geworden. Dat is een gevoel, hoor.
In Ierland kon de natuur sterker zijn dan de mens. Dat mis ik. In woorden is dat moeilijk te vatten. Je krijgt daar de overtuiging, de zekerheid, dat je bij de natuur hoort. Dat heb je hier niet. Niet meer.
Ook heb ik vanuit het leger mijn grenzeloze afkeer van groepsverbanden en hordes verder ontwikkeld en de betrekkelijkheid van kameraadschap leren inzien. Ik herinner me, dat we na de oefening bajonetvechten op strozakken op de weg moesten verzamelen, met de bajonet nog op het geweer. Er zat een hondje aan de kant, dat op onze nadering blaffend opsprong, zodat Jaap Jonkers het dier met de zojuist geleerde bajonetstoot doorboorde. Er klonken enkele uitroepen en er vormde zich een groepje om Jaap, dat verwezen naar het bloedende hoopje aan zijn voeten stond te kijken. Daar was ik niet bij: ik ging neerslachtig op een hek zitten.
Waarschijnlijk was het de eerste keer dat bewust tot me doordrong wat de gevolgen van geweld in groepsvorm zijn -en ook hoe vreemd klein de afstand tussen goed en kwaad is. Jonkers was in de dagelijks omgang een aardige, zachtmoedige jongen.
Een miserabel soort schepping, dacht ik toen. Een opperwezen dat zulk gebroddel op zijn geweten heeft, is dom of slecht.
We waren in opleiding om officier in het Nederlandse leger te worden in een tijd van antimilitarisme, gewetensbezwaarden en gebroken geweertjes. Daarom kwam ik na enig gepraat tot een overeenkomst met Koornstra en Van der Molen om de verdere studie op te geven, en in ieder geval geen eed af te leggen. We waren geen van drieën zo fanatiek dat we dienst gingen weigeren; het ging meer om de overtuiging dat men zelfs als soldaat een individu kon blijven zonder martelaar te worden. Ik zakte voor mijn vaandrigsexamen. Triomfantelijk zocht ik Koornstra en Van der Molen op, maar toen wachtte me een teleurstelling. Ze waren allebei geslaagd en herinnerden zich onze afspraak niet. Er waren 800 leerlingen op de school voor reserve officieren -en die waren er allemaal goed doorheen gekomen, ook Jaap Jonkers. Ik was de enige gezakte. Als reservesergeant zwaaide ik verbitterd af met een toegenomen afkeer tegen groepsverbanden, een beschadigd geloof in kameraadschap en een litteken op mijn longen dat me tegenwoordig weer parten speelt.
i❤❤❤❤❤❤❤❤❤
Mijn favoriete muziek nu, the space in between van Jan Blomquist :
https://www.youtube.com/watch?v=TwZcM9zkRJw
Goh, zonet, van 18-19.20 uur met een schitterend indonesisch meisje
yoga gedaan, vorige vrijdag ook al mooiste yoga sessie ooit
en morgenochtend barbra simons, als ik het haal, om 8.30 uur, verheug me erop.
o, ja, we herschrijven het verhaal de goede kant op
simple comme
bonjour
par Marguẽrite
Mijn moeder had van huis uit meegekregen dat je niet over gevoelens praat en de vuile
was niet buiten hangt. Gevoelens bestonden niet, verdriet, woede of somberheid liet
je in ieder geval nooit zien. Ze praatte nooit over zichzelf, laat staan over haar ziele-
roerselen. Daarnaast deden joden na de oorlog alles om onder de radar te blijven, alsof
ze nog steeds ondergedoken waren.
Dat alle familie, vrienden en kennissen werden afgevoerd naar kampen en niet terug
keerden, daar hadden we het niet over. Ook over zelfmoordpogingen, de holocaust, dood
en ziekte werd eigenlijk niet gepraat.
Toch was het door mijn vader, een vrolijke, gevoelige, positieve, sterke man, ondanks de verschrikkingen van de holocaust, een open, liberale, vriendelijke en kunstzinnige sfeer
bij ons thuis. Mijn vader was huisarts met een grote Joodse praktijk. Wij verbeeldden het
volmaakte gezin. Mijn vader was ogenschijnlijk een uitbundig en onderhoudend man. Hij was
muzikaal en zeer belezen, hij hield veel van poëzie. Er kwamen vaak mensen bij ons over de
vloer, ook patiënten van mijn vader met wie hij bevriend was. Mijn moeder had een goed gevoel
voor humor. Mijn vaders grappen vonden gehoor bij haar en andersom. Zij waren een goed
koppel. Over gevoelens of emoties werd niet gesproken. Nooit. Alsof ze niet bestonden, er geen
verdriet was, we nooit met iets zaten waarvoor we bij de ander te rade konden gaan. Wat je niet
kent, mis je ook niet. Mijn vader was wel heel alleen met zijn verdriet, las ik tussen de regels
door.
Mijn vader was een geluksmaker, hij schreef uit naam van zijn broer, die afgevoerd was naar een
concentratiekamp, briefkaarten die hij bij zijn ouders via via liet bezorgen. "Het gaat goed met
ons" en "Maak je geen zorgen" schreef mijn vader in het handschrift van zijn broer. Omdat het
zijn ouders zo blij maakte, voelde hij zich er goed door. Hij leek bijna zelf te geloven in de
boodschappen die hij bedacht.
In 2014 overleed mijn vader, mijn moeder volgde anderhalf jaar later. Op de werkkamer van mijn
vader stonden de boeken twee rijen dik in de kast. Op de achterste rij vonden we een aantal
ordners, waarin zijn dagboeken uit de tweede wereldoorlog bleken te zitten. Mijn vaders familie
zat toen ondergedoken bij de buren in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Niemand wist van het
bestaan van deze dagboeken, het waren 1200 getypte pagina's. Op de eerste pagina zat de
jodenster van mijn vader vastgeniet met de rafels rijgdraad waarmee hij had vast gezeten aan
zijn jasje er nog aan. De aanblik maakte me misselijk. Ik ben een jaar later gaan lezen.
Mijn vader bleek prachtig te kunnen schrijven. Zoals over de schrijvers die hij bewonderde,
de filosofen die hem fascineerden en de muziek waarvan hij hield. Hij begon zijn dagboek
op de eerste dag van de onderduik. Gedetailleerd en met veel gevoel beschrijft hij hoe hij
vanuit het kleine kamertje bij de buren op straat kon kijken.
Daar zag hij hoe de Duitsers zijn spullen wegdroegen. En hoorde hij een vrouw vragen of
iemand nog iets had gehoord van de familie op 30, dat was mijn vaders familie. "Weggevoerd,"
zei een mannenstem. "Mooi zo," was het antwoord. En ook: "Opgeruimd staat netjes."
December 2002, Jan Mulder, proportioneel geweld:
Politiewoordvoerder P. Boomsma van Groningen zei dat het Sudanese gezin door drie overvalbusjes met "proportioneel geweld" uit het huis was gehaald.
Gebroken polsen, kapotte oren, ontwrichte schouders, kneuzingen, doodsangst bij de kinderen (8, 5 en 3) en de ouders.
Acceptabel leed. Het is namelijk veroorzaakt door proportioneel geweld, uitermate geschikt voor een razzia op vijf onschuldige mensen.
Democratisch geweld. Rechtvaardig geweld. Proportioneel geweld. Klinkt sympathiek. Zou het wel geweld zijn ?
Ambtelijk geweld is misschien de beste uitdrukking. De term doet op zijn ergst aan verzekeringspolissen en blikschade denken.
"Eens even kijken op Ambtelijk geweld formulier G2...handtekening van de burgemeester, klopt...gezin als opgejaagde dieren ineengedoken in hoek van de kamer, okidoki...Slepen."
De overvalbusjes denken verder niet na. Het onbeschrijflijk lot van die mensen interesseert ze niet. Het komt niet bij meneer de agent op om over deze aanhouding een eigen mening te hebben. Bevel is bevel. Het begrip burgerlijke ongehoorzaamheid stopt hij bij het plegen van zo'n proportioneel ingeburgerd akkevietje liever in de doofpot.
Het Sudanese gezin mocht in januari naar Ter Apel om met nieuw bewijsmateriaal asiel aan te vragen. De gemeente Groningen kon zo lang niet wachten. (De Martinitoren helde over, vele autochtonen stierven aan een geheimzinnige ziekte...overigens is het bovenstaande en ernstiger zeker duizendmaal voorgekomen tussen 1998-2007).
Onschuldige mensen uit hun huis halen. Burgemeester Wallage in de volkskrant: "we passen de regels toe zoals ze zijn".
Het bloed vliegt me naar het hoofd/de keel, bij het lezen van die zin.
Februari 2004, Mulder
Jan Peter, hij interesseert zich als consequente christen ook niet voor het lot van gezinnen die door politie uit hun huizen worden gehaald in opdracht van Verdonk. Tweederde van de bevolking wil niet meer angst aanjagen, oppaken, opsluiten, vernederen, uitzetten, de verontwaardiging is honderdtachtig graden gedraaid, man.
Maart 2000, Campert
Wat schreef J.H. Leopold ?
O de verzuchting om mijn medemenschen
die altijd weer met stumperig aangeleerd
overwichtveinzen moeten geregeerd
en zulks ook zelf het liefste wenschen.
Politiewoordvoerder P. Boomsma van Groningen zei dat het Sudanese gezin door drie overvalbusjes met "proportioneel geweld" uit het huis was gehaald.
Gebroken polsen, kapotte oren, ontwrichte schouders, kneuzingen, doodsangst bij de kinderen (8, 5 en 3) en de ouders.
Acceptabel leed. Het is namelijk veroorzaakt door proportioneel geweld, uitermate geschikt voor een razzia op vijf onschuldige mensen.
Democratisch geweld. Rechtvaardig geweld. Proportioneel geweld. Klinkt sympathiek. Zou het wel geweld zijn ?
Ambtelijk geweld is misschien de beste uitdrukking. De term doet op zijn ergst aan verzekeringspolissen en blikschade denken.
"Eens even kijken op Ambtelijk geweld formulier G2...handtekening van de burgemeester, klopt...gezin als opgejaagde dieren ineengedoken in hoek van de kamer, okidoki...Slepen."
De overvalbusjes denken verder niet na. Het onbeschrijflijk lot van die mensen interesseert ze niet. Het komt niet bij meneer de agent op om over deze aanhouding een eigen mening te hebben. Bevel is bevel. Het begrip burgerlijke ongehoorzaamheid stopt hij bij het plegen van zo'n proportioneel ingeburgerd akkevietje liever in de doofpot.
Het Sudanese gezin mocht in januari naar Ter Apel om met nieuw bewijsmateriaal asiel aan te vragen. De gemeente Groningen kon zo lang niet wachten. (De Martinitoren helde over, vele autochtonen stierven aan een geheimzinnige ziekte...overigens is het bovenstaande en ernstiger zeker duizendmaal voorgekomen tussen 1998-2007).
Onschuldige mensen uit hun huis halen. Burgemeester Wallage in de volkskrant: "we passen de regels toe zoals ze zijn".
Het bloed vliegt me naar het hoofd/de keel, bij het lezen van die zin.
Februari 2004, Mulder
Jan Peter, hij interesseert zich als consequente christen ook niet voor het lot van gezinnen die door politie uit hun huizen worden gehaald in opdracht van Verdonk. Tweederde van de bevolking wil niet meer angst aanjagen, oppaken, opsluiten, vernederen, uitzetten, de verontwaardiging is honderdtachtig graden gedraaid, man.
Maart 2000, Campert
Wat schreef J.H. Leopold ?
O de verzuchting om mijn medemenschen
die altijd weer met stumperig aangeleerd
overwichtveinzen moeten geregeerd
en zulks ook zelf het liefste wenschen.
Blz 547 “Er gebeurt veel meer dan de mensen weten en weet u wat zo moeilijk voor de bezetter is ? Ze kunnen het zich niet voorstellen, dat het allemaal kleine groepjes zijn die zo opereren. Ze zijn ervan overtuigd dat er 1 organisatie achter zit, want dat is het enige wat ze kennen: organisaties met een strak beleid. Ein fuhrer. Individueel storten ze in. En bij Nederlanders is het net andersom: die werken graag in kleine groepjes. Mensen die de baas spelen, moeten ze niet. “
Blz 785 Een bestuur van soldaten is natuurlijk al erg genoeg, maar een overheid van ambtenaren is nog weer heel wat anders. Die zorgen op keurige wijze voor het hele papierwezen, ze beheren heel ordelijk de archieven en er is maar weinig dat hun ontgaat. Omdat we het voorrecht hadden om na de oorlog een provincie van Duitsland te worden, hadden we dat burgerlijk bestuur gekregen. Daar plukken we nu nog de vruchten van, want volgens de statistieken zijn er verhoudingsgewijs de meeste Joden door Nederland geleverd. Dat hebben we aan de geschoolde administratie van de ambtenaren te danken. Toen kwam Cronkite met de foto’s in juni 45. Het was een bominslag. Phiny wendde haar gezicht af met en vertrokken gezicht, Jan schoof zijn stoel achterover en stak een sigaret op, Dick stond binnesmonds te vloeken met een foto in zijn handen. Maar Cronkite had gelijk gehad: dit was het einde van een gezellige avond. Het was meer. Dick van Veen raakte toen het laatste restje van zijn geloof kwijt, en hij was niet de enige. Het was niet alleen het geloof in een God, maar ook het geloof in de mens. Wanneer het mogelijk is dat een volk zoiets laat gebeuren zonder dat er een opstand uitbreekt, dan deugt niet alleen dat volk niet, maar dan is ieder volk tot dergelijke gruwels in staat.
Een tijdlang heb ik Duitsland gehaat, met dezelfde haat als de anderen. Maar de herinnering aan de goede Duitsers die ik ontmoet heb ontzenuwde die domme emotie. Dom ja. Dom is het om over “wij Nederlanders” te
praten, of over Turken, of over nsb-ers of joden of negers. Het is kopkleppraat die men in kroegen en vakantiekolonies aantreft. Ontwikkeling heeft er niets mee te maken. Het was de keurigheid van onze ambtelijke figuren die de grootste vijand was en nog steeds is. Maar ik haast mij daaraan toe te voegen dat er onder die standen ook sterke illegalen waren. Er is niets zo dom als generaliseren.
Ierland was hét punt. Altijd Ierland. Zo’n typisch land. Ik heb daar zevenenendertigeneenhalf jaar gewoond, en ik was eigenlijk een Ier. In Nederland kwam ik terecht in een land dat ik helemaal niet kende. Dit land is veranderd, als ik het zeggen mag. Het meest in de organisatie, in de ambtenarij, in de voorschriften. Al die dingen waren nieuw voor mij en
daaraan gewend raken duurt lang.
Voor ik wegging, was Nederland een leuker land, ja, beslist. Dat ligt niet alleen aan de bureaucratie die is toegenomen, maar ook aan de instelling van de mensen. De mensen waren anders, losser, vriendelijker, aardiger. Het is allemaal strák geworden. Dat is een gevoel, hoor.
In Ierland kon de natuur sterker zijn dan de mens. Dat mis ik. In woorden is dat moeilijk te vatten. Je krijgt daar de overtuiging, de zekerheid, dat je bij de natuur hoort. Dat heb je hier niet. Niet meer.
Ook heb ik vanuit het leger mijn grenzeloze afkeer van groepsverbanden en hordes verder ontwikkeld en de betrekkelijkheid van kameraadschap leren inzien. Ik herinner me, dat we na de oefening bajonetvechten op strozakken op de weg moesten verzamelen, met de bajonet nog op het geweer. Er zat een hondje aan de kant, dat op onze nadering blaffend opsprong, zodat Jaap Jonkers het dier met de zojuist geleerde bajonetstoot doorboorde. Er klonken enkele uitroepen en er vormde zich een groepje om Jaap, dat verwezen naar het bloedende hoopje aan zijn voeten stond te kijken. Daar was ik niet bij: ik ging neerslachtig op een hek zitten.
Waarschijnlijk was het de eerste keer dat bewust tot me doordrong wat de gevolgen van geweld in groepsvorm zijn -en ook hoe vreemd klein de afstand tussen goed en kwaad is. Jonkers was in de dagelijks omgang een aardige, zachtmoedige jongen.
Een miserabel soort schepping, dacht ik toen. Een opperwezen dat zulk gebroddel op zijn geweten heeft, is dom of slecht.
We waren in opleiding om officier in het Nederlandse leger te worden in een tijd van antimilitarisme, gewetensbezwaarden en gebroken geweertjes. Daarom kwam ik na enig gepraat tot een overeenkomst met Koornstra en Van der Molen om de verdere studie op te geven, en in ieder geval geen eed af te leggen. We waren geen van drieën zo fanatiek dat we dienst gingen weigeren; het ging meer om de overtuiging dat men zelfs als soldaat een individu kon blijven zonder martelaar te worden. Ik zakte voor mijn vaandrigsexamen. Triomfantelijk zocht ik Koornstra en Van der Molen op, maar toen wachtte me een teleurstelling. Ze waren allebei geslaagd en herinnerden zich onze afspraak niet. Er waren 800 leerlingen op de school voor reserve officieren -en die waren er allemaal goed doorheen gekomen, ook Jaap Jonkers. Ik was de enige gezakte. Als reservesergeant zwaaide ik verbitterd af met een toegenomen afkeer tegen groepsverbanden, een beschadigd geloof in kameraadschap en een litteken op mijn longen dat me tegenwoordig weer parten speelt.
i❤❤❤❤❤❤❤❤❤
THE LONG STRETCH

Geen opmerkingen:
Een reactie posten